Digitale transformatie

De vijf ingrediënten van China: de wake-upcall van Tom Van de Weghe voor Europese fabrikanten

De meeste Europese fabrikanten geloven nog steeds dat China vertraagt. VRT-journalist Tom Van de Weghe bracht net een week door in Peking. Zijn verslag is duidelijk: de race gaat sneller, de technologie is sterker en het tijdvenster voor Europa om te handelen wordt kleiner.

Een afbeelding van een presentatie op een conferentie met een groot scherm waarop “Everything Everywhere All at Once” wordt weergegeven en een spreker achter een podium, gerelateerd aan product- en serviceoplossingen van Azumuta.com.
Gepubliceerd op:
16 April 2026
Bijgewerkt op:
16 April 2026
Delen:

Op 17 maart 2026 bracht Azumuta enkele van Europa’s scherpste geesten in de maakindustrie samen in het Wintercircus in Gent, België. Tijdens Re:Manufacture deelden zij hun visie op de toekomst van manufacturing en op hoe we de uitdagingen die recht op ons afkomen kunnen aangaan.

Een van die scherpe geesten was Tom Van de Weghe. Als correspondent voor de Belgische nationale nieuwszender bracht hij jarenlang verslag uit vanuit China. Hij is journalist en onderzoeker, geen consultant, wat zijn observaties een rauwe kwaliteit van een ooggetuige geeft die boardroombriefings zelden bieden. Hij leefde en ademde de manier waarop China werkt, bracht de feiten zoals ze zijn en werd tijdens die periode zelfs bedreigd en in elkaar geslagen. Toen hij het podium betrad op Re:Manufacture, vers terug van een week in Beijing, zou wat hij zei elke Europese fabrikant ongemakkelijk moeten maken.

Voordat Van de Weghe ingaat op het bewijs van China’s onmiskenbare groei, benoemt hij de vijf mythes die hij voortdurend hoort van Europese executives: dat China concurreert op prijs, niet op kwaliteit; dat China kopieert maar niet creëert; dat China’s groei al haar piek heeft bereikt; dat de Chinese industrie enkel op subsidies draait; en dat de VS vooroploopt in AI. Volgens Van de Weghe leiden deze mythes rechtstreeks tot slechte strategie.

Het verhaal van “peak China” klopt niet

Het dominante verhaal in veel Europese boardrooms is dat China structureel verzwakt. De vastgoedcrash, de ingestorte ontwikkelaars, de exportbeperkingen. Het klinkt als een systeem dat zwaar onder druk staat, en Van de Weghe begrijpt waarom dat verhaal aantrekkelijk is. Maar het klopt niet.

Ja, de Chinese vastgoedsector is ingestort. Ja, grote ontwikkelaars zijn ten onder gegaan. Maar terwijl westerse analisten zich op die krantenkoppen focusten, bleef BYD groeien met 28% per jaar. DeepSeek, gebouwd met een bescheiden budget en beperkte toegang tot westerse chips, evenaarde de beste westerse AI-modellen en veegde op één dag $600 miljard van Meta’s beurswaarde weg. Huawei, sinds 2020 afgesneden van geavanceerde halfgeleiders, bracht drie jaar later een concurrerende chip uit. Beperkingen hielden hen niet tegen. Ze dwongen ingenieurs om anders te innoveren, met slimmere algoritmes in plaats van brute rekenkracht. China dient nu 1,8 miljoen patenten per jaar in. Het verhaal van peak China is niet alleen onjuist. Het is het soort geruststellende mythe dat, zodra het in strategie wordt ingebouwd, bedrijven stilletjes vernietigt.

“China verkeerd begrijpen leidt tot zelfgenoegzaamheid. En zelfgenoegzaamheid aan China’s tempo is de grootste fout die u kunt maken.” – Tom Van de Weghe

China’s 5 ingrediënten voor industriële dominantie

Van de Weghe’s kader om te begrijpen wat er werkelijk gebeurt, draait om vijf structurele krachten. Elk van die krachten is op zichzelf al indrukwekkend. Samen verklaren ze waarom westerse waarnemers steeds weer verrast worden.

1. Eerst het ecosysteem, dan de bedrijven

China kiest niet simpelweg winnaars en subsidieert hen. De staat bouwt eerst het speelveld voordat bedrijven in beweging komen: onderzoeksinstituten, industrieparken, universiteiten, digitale infrastructuur. Van de Weghe zag dit vorige week duidelijk tijdens zijn bezoek aan de Xiaomi EV-fabriek in Beijing. De omliggende wijk telt al honderden robotica-bedrijven en duizenden biotechfirma’s. Lokale overheden concurreren hevig om de beste industriegebieden te bouwen, en innovatie is een competitiesport geworden tussen steden, gefinancierd met honderden miljarden aan geduldig, door de staat gesteund kapitaal dat kan wachten op een manier waarop private markten dat niet kunnen.

2. Een snelheid waardoor moderne tijdlijnen kapot lijken

In China staan het lab en de fabriek vaak naast elkaar. Een Chinees elektrisch voertuig kan in slechts 18 maanden worden ontwikkeld. In Europa duurt datzelfde proces doorgaans vier tot vijf jaar. Dat is geen culturele eigenaardigheid. Het is een structureel concurrentievoordeel dat in de supply chain en de besluitvormingscyclus is ingebouwd.

3. Hyperconcurrentie als selectiemechanisme

China’s technologiesector wordt niet centraal aangestuurd, maar is meedogenloos competitief. Op een bepaald moment vochten meer dan 200 EV-merken om dezelfde binnenlandse markt. In kunstmatige intelligentie groeide het aantal actieve modellen in twee jaar van 14 naar meer dan 500. Prijzen storten in, marges verdwijnen, en de bedrijven die overleven zijn geen kwetsbare startups. Wanneer zij op Europese deuren kloppen, komen ze tegelijk met prijs, snelheid en kwaliteit.

“Wanneer deze bedrijven op onze Europese deuren kloppen, zijn het geen kwetsbare startups meer. Het zijn door de strijd geharde concurrenten die al een bloedbad hebben overleefd.” – Tom Van de Weghe

4. Schaal die overal de prijs drukt

Met 1,4 miljard consumenten is China’s binnenlandse markt niet alleen vraag. Het is een kostenvoordeel dat productievolumes naar niveaus duwt die prijzen drastisch doen dalen. Chinese consumenten zijn ook buitengewoon veeleisend: een constante honger naar nieuwe functies, zeer weinig merktrouw, snelle productcycli. Als uw product op dinsdag saai is, zegt Van de Weghe, bent u tegen vrijdag misschien al uitgespeeld. Die druk levert bedrijven op die tegen de tijd dat ze China’s grenzen oversteken echt overal ter wereld competitief zijn.

5. Onderwijs direct gekoppeld aan industriële strategie

In één jaar voegde China meer dan 1.600 nieuwe universitaire programma’s toe die aansluiten bij de huidige industriële prioriteiten, en schrapte het bijna evenveel programma’s. Curricula evolueren mee met de industrieën die over vijf jaar dominant zullen zijn: AI, drones, groene energie, robotica. Tientallen miljoenen werknemers worden tegelijk omgeschoold. Niet als sociaal programma, maar als industriële strategie.

Blogbanner: Tom Van de Weghe keynote op Re:Manufacture over China en Europese maakindustrie.

Physical AI: de humanoïde robot komt naar uw fabrieksvloer

Wanneer al die vijf ingrediënten samenwerken, is het resultaat wat Chinese ingenieurs physical AI noemen. Belichaamde intelligentie die de fysieke wereld binnentreedt. In een fabriek in Beijing die Van de Weghe bezocht, werken 700 robots samen met ongeveer 100 menselijke werknemers en produceren ze elke 76 seconden een auto. Een handvol ingenieurs runt de volledige vloer. Dit is de richting waarin manufacturing evolueert: niet robots als hulpmiddelen, maar robots als operators, steeds vaker in humanoïde vorm.

Humanoïde robots volgen hetzelfde traject als zonnepanelen en elektrische voertuigen vóór hen. Snelle opschaling, instortende prijzen, brede uitrol. Vorig jaar werden wereldwijd ongeveer 16.000 humanoïde robots verscheept, en het overgrote deel daarvan was Chinees. Sommige modellen kosten nu minder dan een kleine auto. Tijdens China’s Spring Festival Gala, bekeken door meer dan een miljard mensen, voerden humanoïde robots vechtkunst en gechoreografeerde routines uit op het podium naast menselijke performers. Vorige maand liep Van de Weghe door een robot-shoppingmall in Beijing waar gezinnen hun kinderen meenemen om humanoïde machines te proefrijden.

Drie zaken die de moeite waard zijn om te doen

Northvolt, de Zweedse batterijfabrikant die ooit werd gezien als Europa’s antwoord op Chinese dominantie in batterijen, haalde miljarden op en slaagde er toch niet in om schaal te bereiken. Niet omdat het geld opraakte, maar omdat het ecosysteem ontbrak. Zoals Peter Wennink betoogde in zijn Re:Manufacture-talk, kunt u geen innovatie-ecosysteem kopen. Het vereist supply chains, talent, infrastructuur en concurrentie die over jaren zijn opgebouwd.

Ondertussen groeit de Europese afhankelijkheid stilletjes. Alleen al in België werd China de grootste niet-EU-leverancier, met 32 miljard euro aan import. Dit is niet langer geopolitiek op een conferentiescherm. Het is nu al uw realiteit.

Toch is het niet allemaal slecht nieuws. Van de Weghe is geen pleitbezorger van China en hij beweert niet dat Europa is uitgespeeld. Hij bracht vijf jaar verslag uit vanuit China, werd in elkaar geslagen omdat hij verhalen bracht die de overheid liever niet verteld zag, en kent de donkere kanten van het systeem even goed als de sterke. Zijn punt is juist dat China verkeerd begrijpen het echte gevaar is. Volgens hem zijn er drie concrete zaken die nu de moeite waard zijn om te doen:

  • Begrijp het echte systeem, niet de karikatuur. Ga naar Shenzhen. Stuur uw mensen ernaartoe. Volg Chinese techmedia rechtstreeks in plaats van te vertrouwen op westerse samenvattingen daarvan. Een strategie die nog steeds is gebouwd op de mythes van “peak China” is een strategie gebouwd op drijfzand. Hoe snel brengen uw Chinese concurrenten nieuwe productiteraties uit? Hoeveel van uw kritieke componenten hebben één enkele Chinese bron zonder haalbaar alternatief? Welke bedrijven in uw segment bereiden zich al voor om Europa te betreden? Die vragen eerlijk beantwoorden is wat het voor een operations director daadwerkelijk betekent om het systeem te begrijpen.
  • Beperk risico’s strategisch. U kunt de grootste fabrikant ter wereld niet buitensluiten, maar u kiest wel hoe u ermee omgaat. Breng uw blootstelling in kaart en geef prioriteit aan het verminderen ervan waar dat het belangrijkst is. Dat betekent uw supply chain auditen op Chinese afhankelijkheid, bepalen voor welke inputs geen realistische alternatieve leverancier bestaat, en daar eerst redundantie opbouwen. Strategische risicovermindering draait om weten welke dominostenen eerst vallen, niet om grootschalige ontkoppeling.
  • Leer van de geheime saus. Bouw ecosystemen vóór beleid, verklein de afstand tussen uw lab en uw fabrieksvloer, en verbind onderwijs met industriële strategie op manieren die Europa vandaag niet doet. In China staan het lab en de fabriek naast elkaar. Een ontwerpwijziging die op maandag wordt doorgevoerd, bereikt de productie op woensdag. In de meeste Europese fabrieken moet diezelfde wijziging eerst worden gedocumenteerd, beoordeeld, geprint, verspreid en aangeleerd voordat ze de werkvloer bereikt, een proces dat vaak weken duurt. Die kloof tussen een engineeringbeslissing en de uitvoering door de operator is een van de meest meetbare snelheidsnadelen van Europese fabrikanten.

Vertrouwen is Europa’s grootste voordeel

In Beijing vroeg Van de Weghe aan een jonge AI-engineer hoe zij de concurrentie met Europa ziet. Ze lachte. “We denken niet echt aan Europa.” Maar toen hij trustworthy AI ter sprake bracht, aarzelde ze. “Als u AI bouwt die mensen kunnen vertrouwen,” zei ze, “dan kan dat echt belangrijk zijn.”

GDPR, de AI Act of Europese datastandaarden zijn gemakkelijk om u voor te verontschuldigen wanneer u concurreert op prijs en snelheid. Van de Weghe’s boodschap is eenvoudig: stop met u te verontschuldigen en begin ze te verkopen. Terwijl AI fabrieken, supply chains en uiteindelijk ook woningen binnendringt, zal de vraag wie de data controleert en wie verantwoordelijk is steeds belangrijker worden. China zal de hardware leveren. De AI-laag die in die systemen draait, is een race die Europa nog steeds kan lopen.

Niet op schaal, niet op snelheid, maar op vertrouwen. Het is de ene opening die China niet kan sluiten door nog een fabriek te bouwen of nog een miljoen ingenieurs op te leiden. Europa moet ophouden dat te behandelen als een troostprijs en het beginnen te behandelen als een strategie.

Sluit u aan bij de digitale werkvloerrevolutie!