Configureer een groep randapparaten of een randapparaat

Bijgewerkt

Nadat u randapparaatgroepen en randapparaten aan uw Azumuta platform hebt toegevoegd, kunt u ze naar uw wensen configureren.

docs hoe een randapparaatgroep en een randapparaat te configureren

Dit zijn de beschikbare configuratieopties:

Randapparaatgroepen

Een randapparaatgroep bewerken

  1. Klik op Randapparaten onder Beheer.
  2. Klik op het (driepuntjes) pictogram naast de randapparaatgroep die u wilt bewerken.
  3. Klik op Bewerken.
  4. Als u klaar bent met uw wijzigingen, klikt u op Opslaan.

De beschikbare bewerkingsopties verschillen per type randapparaatgroep.

Een randapparaat toevoegen aan een randapparaatgroep

  1. Klik op Randapparaten onder Beheer.
  2. Klik op het (driepuntjes) pictogram naast de betreffende randapparaatgroep.
  3. Klik op Randapparaat toevoegen.
  4. Vul de beschikbare velden in (alleen het Naam-veld is verplicht).
  5. Als u klaar bent, klikt u op Toevoegen.

De lijst met instructiestappen bekijken die gekoppeld zijn aan een randapparaatgroep

  1. Klik op Randapparaten onder Beheer.
  2. Klik op instructiestappen naast een randapparaatgroep.
  3. Scroll naar beneden; onder Instructiestappen ziet u de lijst instructiestappen die aan die randapparaatgroep gekoppeld zijn. U kunt ook op een van de instructiestappen klikken; u wordt daarna doorgestuurd naar de editor voor die instructiestap.

Een randapparaatgroep archiveren

Voordat u een randapparaatgroep kunt archiveren, moet u ervoor zorgen dat er geen randapparaten meer onder deze groep vallen.

  1. Klik op Randapparaten onder Beheer.
  2. Klik op het (driepuntjes) pictogram naast de randapparaatgroep die u wilt archiveren.
  3. Klik op Archiveren.
  4. Klik nogmaals op Archiveren.

Een randapparaatgroep uit archief halen

  1. Klik op Randapparaten onder Beheer.
  2. Klik op Gearchiveerde tonen.
  3. Klik op het (driepuntjes) pictogram naast de gearchiveerde randapparaatgroep.
  4. Klik op Uit archief halen.

Een randapparaatgroep verwijderen

  1. Klik op Randapparaten onder Beheer.
  2. Klik op het (driepuntjes) pictogram naast de randapparaatgroep die u wilt verwijderen.
  3. Klik op Verwijderen.
  4. Klik nogmaals op Verwijderen.

Randapparaten

Een randapparaat bewerken

  1. Klik op Randapparaten onder Beheer.
  2. Klik op het (driepuntjes) pictogram naast het randapparaat dat u wilt bewerken.
  3. Klik op Bewerken.
  4. Als u klaar bent met uw wijzigingen, klikt u op Opslaan.

De beschikbare bewerkingsopties verschillen per type randapparaat.

De lijst met apparaten bekijken die gekoppeld zijn aan een randapparaat

  1. Klik op Randapparaten onder Beheer.
  2. Klik op apparaten naast een randapparaat.
  3. Daar ziet u de lijst met apparaten die aan dat randapparaat gekoppeld zijn. Als u op een van de apparaten klikt, wordt u doorgestuurd naar het menu voor apparaatbeheer.

Een randapparaat archiveren

  1. Klik op Randapparaten onder Beheer.
  2. Klik op het (driepuntjes) pictogram naast het randapparaat dat u wilt archiveren.
  3. Klik op Archiveren.
  4. Klik nogmaals op Archiveren.

Een randapparaat uit archief halen

  1. Klik op Randapparaten onder Beheer.
  2. Klik op Gearchiveerde tonen.
  3. Klik op het (driepuntjes) pictogram naast het gearchiveerde randapparaat.
  4. Klik op Uit archief halen.

Een randapparaat verwijderen

  1. Klik op Randapparaten onder Beheer.
  2. Klik op het (driepuntjes) pictogram naast het randapparaat dat u wilt verwijderen.
  3. Klik op Verwijderen.
  4. Klik nogmaals op Verwijderen.